KENNIS DELEN – Publiekrecht en privaatrecht (1)

publiekrechtVaak weet een mens niet wat ie allemaal weet. Zo stonden we laatst iemand aan te gapen die ‘even een websitetje’ maakte. Hij op zijn beurt stond ons aan te gapen toen we hem vroegen hoe hij dat in ’s hemelsnaam deed. ‘Nou, gewoon’ was zijn antwoord. Een antwoord dat wij vaak geven als we mensen naar links of naar rechts sturen in het juridische oerwoud en die mensen ons vragen ‘waarom die kant op?’ Reden voor ons om eens wat basale kennis te delen over dat ‘oerwoud’. Dat doen we in onze nieuwe rubriek KENNIS DELEN. Met deze keer: publiekrecht en privaatrecht (1).

Publiekrecht en privaatrecht

Waren wij nooit naar de rechtenschool geweest, dan was onze enige kennis over het juridische oerwoud die ene les maatschappijleer op de middelbare school geweest. Die ging over publiekrecht en privaatrecht. En wat ons daar nog van bij staat, is dat er bij publiekrecht sprake zou zijn van een ‘verticale relatie’, namelijk tussen overheid en burger. Bij privaatrecht zou sprake zijn van een horizontale relatie, tussen burgers onderling.

En dat klopt. En dus laten we het daar voor deze keer bij …

Nee, serieus, het klopt allemaal wel, maar er zitten wel vele ‘mitsen en maren’ aan vast.

Publiekrecht

Het publiekrecht gaat inderdaad over de relatie burger – overheid. Het kan in twee gebieden worden onderscheiden:

– staatsrecht
– bestuursrecht

Staatsrecht

Bij de eerste, het staatsrecht, gaat het om de instelling van instituten. Uitgangspunt daarbij is de Grondwet. Wanneer je de inhoudsopgave van die wet bekijkt, zie je dat deze wet allerlei instituten introduceert in de Nederlandse rechtssfeer: Koning, ministers, Staten Generaal (Eerste en Tweede Kamer), provincies, gemeenten, etc.. En we zien ook dat de Grondwet in de artikelen 90 en verder bepalingen kent over de internationale rechtsorde. Over dat laatste (Europa e.d.) hebben we het in deze blog niet.

Onder de Grondwet ‘hangen’ allerlei andere wetten die de instituten verder organiseren. Dat zijn wetten zoals de Gemeentewet, de Provinciewet, de Waterschapswet, etc.. In deze wetten worden bestuursorganen geïntroduceerd. Dat zijn de organen van Rijk, provincie, gemeente e.d.

Organen van de gemeente zijn bijvoorbeeld: de burgemeester, het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad. Die van de provincie zijn: de commissaris van de Koning, Gedeputeerde Staten en Provinciale Staten. En zo zijn er nog meer organen van staatsrechtelijke instituten.

Bestuursrecht

Die in het staatsrecht aangewezen bestuursorganen besturen ‘het land’ (land, provincie, gemeente, waterschap, etc.). En dat doen ze voornamelijk door bevoegdheden uit te oefenen. Die bevoegdheden ontlenen ze aan de wet. En een belangrijk deel van die bevoegdheden bestaat uit het nemen van besluiten.

Zo kunnen burgemeester en wethouders besluiten tot het verlenen van een omgevingsvergunning. De gemeenteraad kan besluiten tot vaststelling van een bestemmingsplan. De burgemeester kan de algemene plaatselijke verordening (de orde) handhaven.

Deze mogelijkheden ontlenen deze bestuursorganen dus aan de wet. In bepaalde gevallen kunnen ze die bevoegdheden mandateren of delegeren aan anderen. Maar feit blijft dat een bevoegdheid tot het nemen van een besluit altijd te herleiden moet zijn aan een wettelijke bevoegdheid.

Algemene wet bestuursrecht

Het besturen door middel van besluiten door bestuursorganen is vooral geregeld in de Algemene wet bestuursrecht (‘Awb’). In die wet staat o.a. wat een ‘besluit’ is, wat een ‘bestuursorgaan’ is, wat een burger tegen een besluit kan doen (‘bezwaar’ maken, of ‘beroep’ instellen). En verder kent die wet bepalingen over handhaving (in hoofdstuk 5) en over mandaat en delegatie, oftewel het ‘doorgeven’ van bevoegdheden aan anderen (in hoofdstuk 10).

De Awb kan worden gezien als een algemene wet. Ze geeft de hoofdbeginselen van het bestuursrecht.

Naast de Awb bestaan vele andere ‘bijzondere’ bestuursrechtelijke wetten. En die beslaan allemaal een bijzonder rechtsgebied. Zo is er de bekende Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (‘Wabo’) die gaat over de verlening van omgevingsvergunningen (zoals de bouwvergunning), er is de Wet milieubeheer (‘Wm’) die gaat over (o.a.) afval, milieueffectrapportages en luchtkwaliteit. Er is de Wet ruimtelijke ordening (‘Wro’) die gaat over (o.a.) bestemmingsplannen.

En zo zijn er nog veel meer bijzondere bestuursrechtelijke wetten.

Het systeem is echter zo, dat die bijzondere wetten allemaal de Awb tot ruggengraat hebben. De Awb blijft bepalen wat een besluit is, wat een bestuursorgaan is, en – vooral – wat burgers kunnen doen tegen besluiten op grond van die bijzondere wetten.

Rechtsbescherming

De overheid en de burger ontmoeten elkaar dus in het bestuursrechtelijke handelen van de overheid. En die overheid heeft de bestuursorganen als ‘handjes’. En die ‘handjes’ handelen door middel van ‘besluiten’. Dat betekent dat in procedures tussen overheid en burger die over besluiten gaan (zoals vergunningen, belastingheffing, handhaving, boetes e.d.), het desbetreffende bestuursorgaan de procespartij is.

Als u bijvoorbeeld bezwaar maakt tegen een vergunning, dan maakt u bezwaar bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen. Dat is dus niet (bijvoorbeeld) ‘de gemeente’ maar bijvoorbeeld ‘burgemeester en wethouders’.

En als u bij de bestuursrechter opkomt tegen een overheidsbesluit, dan is niet de gemeente of de provincie uw tegenpartij, maar is dat ‘burgemeester en wethouders’ of ‘gedeputeerde staten’ of een ander bestuursorgaan.

Volgende keer

Om deze blog niet te lang te laten worden, stoppen we hier met het staats- en bestuursrecht. De volgende keer gaan we verder met het privaatrecht. En daarbij zullen we zien dat de overheid vaak ook een partij is in het privaatrecht. Wat dat betreft is er geen scherpe grens tussen publiek- en privaatrecht, zo verklappen we alvast…

Vragen en advies over het bestuursrecht

Hebt u vragen over het bestuursrecht? Neem dan contact met ons op:

Contact

Wij overleggen graag met u, praten graag over de ins and outs van uw situatie en geven u graag advies. Voor een kennismaking of eerste gesprek brengen wij geen kosten in rekening.