BESTUURSRECHT – Binnen welke termijn moet de overheid beslissen?

termijnVeel overheden lopen momenteel over. Er is teveel werk, of er zijn te weinig medewerkers. Of beide is het geval. Maar een ding is duidelijk: het lukt veel overheden niet om op tijd besluiten te nemen. Dat roept een aantal vragen op. Ten eerste: welke termijnen gelden er eigenlijk voor de overheid? En ten tweede: wat kun je er als belanghebbende aan doen om de overheid aan te sporen om een besluit te nemen als ze een termijn heeft overschreden? In deze blog komt de eerste vraag aan de orde: welke termijnen gelden er? In een volgende blog wordt op de tweede vraag ingegaan.

Algemene en bijzondere termijn

Er is algemeen bestuursrecht en bijzonder bestuursrecht. Bij het eerste moet worden gedacht aan de Algemene wet bestuursrecht (‘Awb’). Bij het laatste aan wetten die specialistische rechtsgebieden bestrijken (zoals de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (‘Wabo’) of de Wet openbaarheid van bestuur (‘Wob’), om er zomaar twee uit een zeer omvangrijk scala aan bijzondere bestuursrechtelijke wetten te noemen).

Uit deze algemene en bijzondere wetten vloeien algemene en bijzondere termijnen voort. Daarbij geldt veelal dat de bijzondere termijnen voorrang hebben. Oftewel: de algemene termijn geldt als er geen bijzondere termijn geldt.

Algemene termijnen

De algemene termijnen staan in de Awb. Zie bijvoorbeeld afdeling 4.1.3 (‘Beslistermijn’), artikelen 4:13, 4:14 en 4:15 Awb. Deze artikelen gaan over ‘beschikkingen’. Dat zijn bijvoorbeeld vergunningen of andere besluiten die tot een specifieke persoon of bedrijf zijn gericht.

In art. 4:13, lid 1 van de Awb staat:

“Een beschikking dient te worden gegeven binnen de bij wettelijk voorschrift bepaalde termijn of, bij het ontbreken van zulk een termijn, binnen een redelijke termijn na ontvangst van de aanvraag.”

Lid 2 bepaalt:

“De in het eerste lid bedoelde redelijke termijn is in ieder geval verstreken wanneer het bestuursorgaan binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag geen beschikking heeft gegeven (…)”

Dus: er moet worden beslist binnen de wettelijke termijn. En als die er niet is, dan binnen een redelijke termijn, die in ieder geval niet langer dan acht weken is.

De overheid heeft echter een ‘escape’. Art. 4:14, lid 1 van de Awb bepaalt namelijk:

“Indien een beschikking niet binnen de bij wettelijk voorschrift bepaalde termijn kan worden gegeven, deelt het bestuursorgaan dit aan de aanvrager mede en noemt het daarbij een zo kort mogelijke termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.”

De overheid mag dus verlengen met een zo kort mogelijke extra termijn.

Bijzondere termijnen

Maar bijzondere termijnen gaan zoals gezegd voor. Voor die termijnen moet in de bijzondere wet worden gekeken. Neem bijvoorbeeld de Wabo. Als u een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen (‘bouwvergunning’) aanvraagt, geldt daarvoor een bijzondere termijn. Deze staat in art. 3.9, lid 1 van de Wabo:

“Het bevoegd gezag beslist op de aanvraag om een omgevingsvergunning binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. (…)”

In lid 2 van dat artikel staat een verlengingsmogelijkheid:

“Het bevoegd gezag kan de in het eerste lid bedoelde termijn eenmaal met ten hoogste zes weken verlengen. (…)”

En ook de Wob kent bijzondere termijnen. Zie art. 6, lid 1:

“Het bestuursorgaan beslist op het verzoek om informatie zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vier weken gerekend vanaf de dag na die waarop het verzoek is ontvangen.”

Met – wederom – een verlengingsmogelijkheid in lid 2:

“Het bestuursorgaan kan de beslissing voor ten hoogste vier weken verdagen. (…)”

En zo kennen vele andere bijzondere wetten in het bestuursrecht ook bijzondere termijnen.

Bezwaarprocedure

Ook voor besluiten op bezwaar gelden termijnen. Deze staan in de Awb, en niet of nauwelijks in een bijzondere wet. De wetgever heeft bepalingen over bezwaar en beroep namelijk zoveel mogelijk willen concentreren in de Awb en algemeen van toepassing laten zijn in het bestuursrecht.

Art. 7:10, lid 1 van de Awb bepaalt:

“Het bestuursorgaan beslist binnen zes weken of – indien een commissie als bedoeld in artikel 7:13 is ingesteld – binnen tien weken na ontvangst van het bezwaarschrift.”

(Die ‘commissie’ is de onafhankelijke bezwaarcommissie die in veel gemeenten is aangesteld.)

Ook hier geldt een verlengingsmogelijkheid. Zie lid 3:

“Het bestuursorgaan kan de beslissing voor ten hoogste vier weken verdagen. (…)”

En lid 4:

“Verder uitstel is mogelijk voor zover de indiener van het bezwaarschrift daarmee instemt en andere belanghebbenden daardoor niet in hun belangen kunnen worden geschaad of ermee instemmen.”

Kortom…

Er gelden verschillende termijnen voor het nemen van besluiten in het bestuursrecht. In een volgende blog wordt ingegaan op de vraag wat men kan doen als de overheid termijnen overschrijdt.

Vragen en advies

Hebt u vragen over het bestuursrecht? Neem dan contact met ons op:

Contact

Wij overleggen graag met u, praten graag over de ins and outs van uw situatie en geven u graag advies. Voor een kennismaking of eerste gesprek brengen wij geen kosten in rekening.

Willem Brakenhoff