MOTIVATIONEEL – Complottheorieën en wantrouwen in de overheid

wantrouwen

Naast jurist ben ik ook applied psychologist. Als zodanig heb ik enige jaren geleden een onderzoek gedaan naar de psychologische mechanismen bij weerstand (bezwaren) tegen overheidsbesluiten. Gaat het bij die weerstand vooral om zakelijke en rationele bezwaren of speelt er meer? Er bleek inderdaad (veel) meer te spelen, zoals angsten, wantrouwen en identiteitsprocessen. De kennis en ervaring die ik in dat verband heb opgedaan, heb ik later goed kunnen gebruiken in mijn juridische werk. Zo ook als ik als jurist optreed in bezwarenzaken voor de overheid (veelal een gemeente). De laatste tijd heb ik zaken meegemaakt die goed aansluiten bij een bijzonder aspect van het onderzoek dat ik eerder heb gedaan.

Wantrouwen en complotdenken

Een van de interessantste uitkomsten van het psychologisch onderzoek dat ik heb gedaan, was dat mensen zo gevoelig bleken te zijn voor wat ik destijds ‘diëtrologica’ noemde. Dat is een nette term voor ‘complotdenken’ (De term ‘dietrologica’ komt uit het Italiaans en betekent ‘het zoeken naar wat erachter zit’. ‘Dietro’ = ‘achter’). De term complotdenken gebruik ik liever niet omdat ze mensen op een gekscherende manier wegzet als kwaadwillend, ‘gekkie’ of ‘psychotisch‘, terwijl het psychologische mechanisme dat eronder ligt volstrekt natuurlijk is. Bij diëtrologica gaat het namelijk om het invullen van informatielacunes en wij allen hebben daar een sterke aangeboren neiging toe. Die neiging vloeit voort uit een controlebehoefte, en die behoefte vloeit op zijn beurt voort uit angst. De mens wil de wereld om hem heen – met name zijn woonomgeving – onder controle houden en daarmee zoveel mogelijk behoeden voor veranderingen. Veranderingen zijn immers potentieel gevaarlijk. Informatie over die woonomgeving, en over eventuele gevaren voor die omgeving, worden van levensbelang geacht. Vergelijkbaar met informatie over de gezondheid van het eigen lichaam.

Wanneer een angst van iemand zich gedeeltelijk verwezenlijkt, bijvoorbeeld omdat uit een aankondiging van een gemeente blijkt dat een ingreep in de woonomgeving wordt overwogen, staat de informatiebehoefte ineens op scherp. Vergelijk het met de mededeling van een arts dat die ‘iets’ heeft gezien op een MRI-scan. De patiënt heeft er plots een fortuin voor over om van de arts te vernemen wát die precies heeft gezien. En laat de arts vervolgens na om dat zeer concreet en eenduidig te specificeren, dan slaat de fantasie van de patiënt op hol en zal deze de informatielacune aan de hand van allerlei worstcasescenario’s zelf invullen, met een niet per se in de werkelijkheid steunend angst- of spookbeeld als gevolg. Hetzelfde geldt voor de mens die verneemt dat er ‘iets’ aan zijn woonomgeving zal veranderen. Speelt de overheid of de ontwikkelaar van het desbetreffende project dan niet volledig open kaart, dan zal de desbetreffend informatielacune op een vergelijkbare manier worden ingevuld met een irreëel angstbeeld. En waar van de arts die geen open kaart speelt wordt vermoed dat die iets naars onder de pet houdt, zo geldt dat ook voor de overheid en de ontwikkelaar. De informatielacune wordt met opzet in stand gelaten omdat de informatie een vervelende boodschap inhoudt, zo is de wantrouwende gedachte. Hetgeen de angst, het wantrouwen en de worstcase-fantasie des te meer aanjaagt. Zie daar de geboorte van ‘het complot’, oftewel het worstcase spookbeeld waarmee de informatielacune wordt gevuld.

Informatie achterhouden

Enige tijd geleden zag ik het gebeuren op een zitting bij een bezwarencommissie. Het ging om een woningbouwproject in de directe woonomgeving van de bezwaarmakers. De bezwaarmakers hadden een Woo-verzoek ingediend om nadere informatie over het project te krijgen en de gevraagde stukken niet op tijd gekregen. De reden daarvan was eenvoudig: ambtelijke afstemming. Het Woo-verzoek werd behandeld door afdeling A en het bezwaar door afdeling B. Afdeling A had over het Woo-verzoek nog geen besluit genomen toen de zitting over het bezwaar al op de rol stond. Afdeling A zou de stukken gewoon openbaar gaan maken, maar was nog niet zover. De opgevraagde stukken waren ook helemaal niet zo spannend. Er stond weinig in. Maar ze waren dus niet beschikbaar op de bezwarenzitting, en dat was tegen het verkeerde been van de bezwaarmakers. Die spraken op de zitting over ‘onder een hoedje spelen’, ‘vals spel’, ‘informatie achterhouden’, ‘stiekem gedrag’, ‘schandalig’, en andere termen waar het wantrouwen van afdroop.

Dat alles werd nog erger toen de vertegenwoordiger van de gemeente tijdens de zitting voorstelde om een van de gevraagde stukken ter zitting maar gewoon meteen te overhandigen aan de bezwaarmakers. Toen de derdebelanghebbende ontwikkelaar daartegen protesteerde en eerst de gelegenheid wilde krijgen om een zienswijze in te brengen in de Woo-procedure, waren de rapen namelijk helemaal gaar. De bezwaarmakers liepen kwaad weg, een actiecomité benaderde de week erna de gemeenteraadsleden, raadsvragen werden gesteld, de wethouder ter verantwoording geroepen, een klacht ingediend en de media benaderd.

Het gevolg van alles was dat de besluitvorming behoorlijke vertraging opliep. Het college van B en W werd genoodzaakt nog eens naar de besluitvorming te kijken, op de vingers gekeken door de plaatselijke journalist en de volle gemeenteraad, en de bezwaarmakers wisten hun weg te vinden naar fondsen voor een advocaat die de opdracht kreeg om dit hoe dan ook naar de hoogste bestuursrechter te brengen.

En dat alles omdat een volstrekt irrelevant en bepaald niet spannend document niet voortvarend genoeg aan de bezwaarmakers werd verstrekt door een onnodig weigerachtige en formalistische houding van de ontwikkelaar.

Open kaart en dito houding

Het is maar een voorbeeld van hoe onbekendheid met psychologische processen gigantische weerstand kan oproepen. Vanuit strategisch en juridisch perspectief lijkt het soms ‘handig’ om informatie achter te houden of met betrekking tot het openbare ervan een hele formele houding in te nemen, maar die houding kan zeer nadelig uitpakken voor het doel dat wordt nagestreefd: woningen bouwen of andere zaken voor het gemeenschappelijk welzijn realiseren.

Juist het van harte(!) delen van informatie met omwonenden, het aannemen van een open houding als overheid en ontwikkelaar en het vermijden van oppositionele mechanismen (zoals in- en outgroupmechanismen of het toepassen van het toernooimodel) kan veel angst en daarmee veel weerstand tegen overheidsbesluiten wegnemen. En ook slecht nieuws wordt dan sneller aanvaard. Daar komt bij dat dat slechte nieuws in de meeste gevallen nogal meevalt en er voor weerstand nooit veel aanleiding is. Wanneer je bezwaarmakers jaren na realisatie van datgene waar ze zo tegen hebben gestreden vraagt wat ze daar achteraf nu eigenlijk vinden, blijkt in de meeste gevallen dat het ze ontzettend meevalt. En zo vreemd is dat natuurlijk niet. De Nederlandse juridische planologie kent vele waarborgen qua goed woon- en leefklimaat. De kans dat je als bewoner vreselijk wordt benadeeld door een project is dan ook klein.

Bemiddeling bij weerstand

Als jurist en applied psychologist bemiddel ik bij weerstand (bezwaar, beroep) tegen overheidsbesluiten en projecten. De ervaring leert dat veel weerstand kan worden weggenomen wanneer men zich bewust is van de psychologische mechanismen die daarbij een rol spelen. Nieuwsgierig? Neem dan geheel vrijblijvend contact met mij op.

Willem Brakenhoff