BESTUURSRECHT – Kan een bestuursorgaan in beroep tegen zijn eigen besluit?

beroep tegen eigen besluitNee, dat kan niet, zo oordeelde de Afdeling op 8 oktober 2025. Maar hoe zit dat dan met het volgende probleem waar iedere overheidsjurist wel eens mee te maken zal krijgen? Een bestuursorgaan (zoals B en W) neemt een besluit dat het handhaaft in bezwaar. Vervolgens wordt het in beroep door de rechtbank vernietigd, waarbij de rechter meteen ook meegeeft hoe B en W wel zouden moeten beslissen in een nieuw besluit op bezwaar. B en W zijn het er niet mee eens en gaan in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank. Maar dat hoger beroep schorst die uitspraak niet. B en W moeten op grond van de uitspraak van de rechtbank spoedig een nieuw en door henzelf niet gewenst besluit nemen. En wel nog voordat op het hoger beroep uitspraak zal zijn gedaan. Wat nu?

Schorsingsverzoek

In de zaak die in de uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling van 15 september 2026 aan de orde was, kozen B en W ervoor om die rechter te vragen om de uitspraak van de rechtbank te schorsen zodat zij gedurende het hoger beroep geen gehoor zouden hoeven geven aan die uitspraak. B en W waren het immers oneens met die uitspraak en hadden daar hoger beroep tegen ingesteld. Een logische gedachtegang van B en W. Want waarom zou je niet eerst de uitspraak in het hoger beroep afwachten? Het zou naar de buitenwereld (de burger) misschien ook wel wat eigenaardig overkomen als B en W naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank een nieuw besluit zouden nemen waar zij het, blijkens het door B en W ingestelde hoger beroep, zelf eigenlijk helemaal niet eens zijn. Bovendien wordt dat hoger beroep op grond van art. 6:19 van de Awb geacht mede gericht te zijn tegen dat nieuwe besluit. Hetgeen dus betekent dat B en W (hoger) beroep hebben ingesteld tegen hun eigen besluit! Hoe verhoudt dat zich tot de eerder genoemde uitspraak van de Afdeling van 8 oktober 2025?

Oordeel Voorzieningenrechter

De voorzieningenrechter van de Afdeling oordeelde dat B en W de uitspraak van de rechtbank toch diende uitvoeren, en wees het schorsingsverzoek af. Ze overwoog:

“Uitgangspunt is dat rechterlijke uitspraken moeten worden uitgevoerd. Gelet op artikel 6:16 van de Algemene wet bestuursrecht (de Awb), gelezen in verbinding met artikel 6:24 van die wet, heeft de wetgever ervoor gekozen om geen schorsende werking toe te kennen aan het instellen van hoger beroep. Daarom geldt ook indien ter zake nog een hogerberoepsprocedure aanhangig is als uitgangspunt dat na vernietiging van een besluit op bezwaar een nieuw besluit wordt genomen. Bovendien is het in het belang van een efficiënte en finale geschilbeslechting dat een nieuw besluit op bezwaar wordt genomen. Dit besluit kan dan met toepassing van artikel 6:19 van de Awb, gelezen in verbinding met artikel 6:24 van die wet, in het kader van het hoger beroep worden beoordeeld. Voor zover het college bij het nemen van dat besluit moet afwijken van zijn eigen standpunt, wordt dat nieuwe besluit genomen onder behoud van zijn standpunt in de bodemprocedure in hoger beroep. Indien de aangevallen uitspraak naar aanleiding waarvan het nieuwe besluit is genomen in hoger beroep niet in stand blijft, komt aan dat besluit de grondslag te ontvallen en zal het worden vernietigd.”

Vragen en advies

Over het bestuursrecht valt nog veel meer te vertellen. Hebt u daar vragen over? Neem dan contact met mij op:

Contact

Ik overleg graag met u, praat graag over de ins and outs van uw situatie en geef u graag advies. Voor een kennismaking of eerste gesprek breng ik geen kosten in rekening.

Willem Brakenhoff