Als er iets is dat weerstand bij burgers oproept, dan is het wel de manier waarop overheden met participatie omgaan. Het is althans mijn ervaring dat bezwaarmakers dit punt altijd uitgebreid aanvoeren tijdens zittingen van bezwarencommissies. Het verwijt komt er dan steevast op neer dat zij op dat vlak meer hadden verwacht van de ontwikkelaar en de overheid. Vaak volstaan ontwikkelaars van bouwplannen met het enkele malen informeren van burgers over hun plannen. Soms wordt enkel een informerende flyer uitgedeeld in de buurt. En soms ook wordt er bij slechts enkele mensen aangebeld om deze mondeling te informeren. De burger verwacht meer, maar de vergunning verlenende overheid vindt het allemaal prima, tot groot ongenoegen van de burger die zich vanuit zijn ongenoegen over de gang van zaken bozer en bozer maakt en op basis daarvan blijft doorprocederen tegen het project.
Veel gemeenten kennen nu al participatiebeleid. En onder de Omgevingswet zal dat enkel meer worden. Vraag is of dat participatiebeleid wel goed doordacht is. Want als gemeente kun je er jezelf zomaar mee in de vingers snijden. Onnodig. Wat zeg je nu eigenlijk als gemeente als je stelt dat je aan ‘participatie’ doet? Wat betekent dat? Geef je daarmee rechten aan burgers, en leg je daarmee verplichtingen op aan bedrijven en ontwikkelaars? En wat voor rechten en verplichtingen zijn dat eigenlijk?
Onlangs mocht ik in de media weer wat roepen over burgerparticipatie. Aanleiding was een groep burgers die zich had verenigd om gezamenlijke belangen uit te oefenen in een gemeente. En aanleiding daarvoor was dan weer dat die burgers zich niet serieus genomen voelden. Want, zo stelden zij, de gemeente die zegt wel dat burgers mogen participeren, maar als puntje bij paaltje komt, dan komt daar niks van terecht. Dan is die gemeente alleen maar aan het vertellen dat een besluit genomen is. Dat is toch geen participatie?! Wel, ja, moest ik zeggen, dat is eigenlijk toch wel ook participatie. Maar een ander soort participatie dan de burger kennelijk had verwacht. En wat dat betreft begrijp ik de woede wel.
De gebiedsontwikkeling Feyenoord City (Stadionpark) is een prachtige ‘casestudy’. Voor omgevingsjuristen gebeurt er veel leuks (milieu, MER, grondposities, planprocedures, etc.). En ook voor motivationeel psychologen gebeurt er veel … eh … interessants… De titel van deze blog heeft betrekking op het laatste. In motivationeel opzicht gaat er namelijk veel mis aan de Maas…
We lazen onlangs een klaagzang over het gebrek aan participatie rond een bouwproject. Het betreffende artikel gaat over Feyenoord City, maar is tekenend voor wat er in zijn algemeenheid wel vaker misgaat bij participatie. Ook bij andere projecten. Wat kunnen we leren uit de Feyenoord City casus?
Omwonenden komen nogal eens in verzet tegen (bouw)projecten. Wij hebben onderzoek gedaan naar de psychologische mechanismen achter deze weerstand, die ook wel (ten onrechte) ‘Nimbyisme’ wordt genoemd (zie onze eerdere blog). In deze, en komende, weblog(s) bespreken we de aanbevelingen uit ons onderzoek die gaan over de manier waarop met weerstand kan worden omgegaan. Vandaag: participatie.
