
Wij opereren graag voor beide zijden van het bestuursrechtelijke spectrum: de overheid en de burger. En dat zouden meer juristen moeten doen, want zo doe je nog wel eens wat inlevingsgevoel op. Neem het fenomeen Wob-verzoek: snel over de schutting gegooid, maar, o man, wat zadel je de boel op met werk…

TBR is het ‘
We komen het regelmatig tegen: mensen die in een publicatie lezen dat een omgevingsvergunning is verleend. Daarbij staat dan dat binnen 6 weken bezwaar kan worden gemaakt. En vaak gaat men er dan vanuit dat die 6 weken ingaan vanaf het moment dat het bericht is gepubliceerd. Maar dat zit toch echt anders met de bezwaartermijn.
Een paar weken geleden
De laatste tijd hoor je steeds betere geluiden over de bezwaarprocedure in het bestuursrecht. Tot voor kort werd ze beschouwd, en ingericht, als een semi-rechterlijke aangelegenheid. Tegenwoordig lijkt ze eindelijk te worden ingezet waar ze voor is bedoeld: betere overheidsbesluitvorming. Dat lijkt te worden gewaardeerd door ‘de burger’.
Als je contracten opstelt ben je al snel geneigd om een model te gebruiken. En dat model kan zomaar gebaseerd zijn op een ander model. En zo verder. Tot een punt van oorsprong. En in dat punt van oorsprong kan een foutje zijn gemaakt. Gevolg is dat zo’n foutje doorwoekert. Zo komen wij regelmatig contracten tegen waarbij een overeenkomst namens een gemeente is aangegaan door een wethouder. Of een mandataris. Niemand die er op let. Want men gaat al snel over tot de inhoud. Bij procedures voor rechters geldt iets soortgelijks. Vraag is steeds : waar rust de bevoegdheid?
Vanwege het beginsel van de scheiding der machten heeft de burger het niet altijd gemakkelijk in het bestuursrecht. De rechter mag immers niet op de zetel van het bestuur gaan zitten. En dus laat deze veel materiële beoordelingsvrijheid aan datzelfde bestuur. Deze materiële achterstelling van de burger wordt bepaald niet goedgemaakt door zijn formele procespositie. Is er (nog) ruimte voor rechtvaardigheid in het bestuursrecht?
In de wet (de Algemene wet bestuursrecht, of ‘Awb’) staat dat tegen een besluit van een bestuursorgaan (de overheid) in beroep kan worden gegaan bij de bestuursrechter (bij de rechtbank).