
Naast jurist ben ik ook applied psychologist. Als zodanig heb ik enige jaren geleden een onderzoek gedaan naar de psychologische mechanismen bij weerstand (bezwaren) tegen overheidsbesluiten. Gaat het bij die weerstand vooral om zakelijke en rationele bezwaren of speelt er meer? Er bleek inderdaad (veel) meer te spelen, zoals angsten, wantrouwen en identiteitsprocessen. De kennis en ervaring die ik in dat verband heb opgedaan, heb ik later goed kunnen gebruiken in mijn juridische werk. Zo ook als ik als jurist optreed in bezwarenzaken voor de overheid (veelal een gemeente). De laatste tijd heb ik zaken meegemaakt die goed aansluiten bij een bijzonder aspect van het onderzoek dat ik eerder heb gedaan.

Deze week las ik een interessante opmerking van een jurist over het misbruik dat steeds vaker wordt gemaakt van het bestuursrecht. Ik weet niet meer waar ik het las. Doet er ook niet toe. Het was een terloopse opmerking. Het ging over handhavingsverzoeken die bij gemeenten worden ingediend door personen die in een burenruzie zijn verwikkeld. De jurist merkte op dat dergelijke verzoeken buiten behandeling moeten kunnen worden gesteld. De grondslag daarvan werd me niet duidelijk, maar ik kan me voorstellen dat gedacht moet worden aan misbruik van recht.
Als het goed is, ziet u onderaan een verleende omgevingsvergunning vaak staan dat deze direct kan worden gebruikt door de vergunninghouder, ook als u daartegen bezwaar maakt. Daarbij staat dan vaak dat indien u dat gebruik wilt voorkomen, u een verzoek om voorlopige voorziening kunt indienen bij de voorzieningenrechter van de rechtbank. Daarbij vraagt u dan aan de rechter om de omgevingsvergunning te schorsen. Hoe gaat zo’n procedure nu eigenlijk in zijn werk?
Onlangs was het er weer van. In
De laatste tijd hoor ik het weer steeds vaker om mij heen, de twijfel over de onpartijdigheid van instituties in het bestuursrecht. Zo ken ik advocaten die gestopt zijn in het bestuursrecht omdat het procederen tegen de overheid toch geen zin zou hebben. “De overheid wint al haar procedures”, klinkt het dan. En: “Hoe kan ik dit nog verkopen aan mijn cliënt?” Of: “Ik raad mijn cliënten over het algemeen af om kosten te maken in een procedure tegen de overheid. Het is immers zinloos.” De cijfers liegen er inderdaad niet om. De overheid blijkt veruit de meeste bestuursrechtelijke zaken te winnen. Maar betekent dat ook dat de instituties in het bestuursrecht niet onpartijdig zijn?
Neem een eenvoudige zaak in het
Of moet deze blog de titel ‘Het drama ‘Papier’’ hebben? Feit lijkt hoe dan ook dat de dagen geteld lijken voor het op verschillende wijzen heen en weer ‘schuiven’ van papier (brieven, dossiers, etc.). Ondergetekende heeft het de afgelopen tijd weer veelvuldig ervaren: post – hetzij ‘gewoon’, hetzij ‘aangetekend’ – komt niet aan, raakt (enige tijd) zoek of aangetekende post blijkt weg te kwijnen op een afhaalpunt omdat nooit een afhaalbericht bij de ontvanger is achtergelaten. En dat is een probleem, vooral in juristenland waar veel termijnen beginnen te lopen vanaf een postverzend- of ontvangstmoment. Het is bovendien een probleem dat enkel groter wordt. Vandaar de vraag: moeten we niet gewoon af van het papier?
Het is alweer acht jaar geleden dat ik
De afgelopen weken is veel aandacht uitgegaan naar de
Een groot aandeel van de Nederlandse woningvoorraad bestaat uit appartementen. Het wonen in appartementen, en het kopen en verkopen van appartementen, is dan ook zeer gangbaar. Daardoor verliezen mensen nog wel eens uit het oog dat het appartementsrecht eigenlijk een heel eigenaardig fenomeen is. Mensen die een appartement kopen, menen vaak dat ze een woning als iedere andere kopen. Je kunt er gewoon een hypotheek op afsluiten, en zowel de makelaar als de notaris wensen je na de aankoop en levering ‘veel geluk met je nieuwe woning!’ Dus dan zal het wel een gewone woning zijn, toch? Wel, vergis je niet…