19. Omgevingswet – Programma’s en de programmatische aanpak

Programma’s en de programmatische aanpak

***

Programma’s

Artikel 3.5 van de Omgevingswet bepaalt:

“Een programma bevat (…) voor een of meer onderdelen van de fysieke leefomgeving:
a. een uitwerking van het te voeren beleid voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming of het behoud daarvan,
b. maatregelen om aan een of meer omgevingswaarden te voldoen of een of meer andere doelstellingen voor de fysieke leefomgeving te bereiken.”

Programma’s kunnen worden vastgesteld door de gemeente (burgemeester en wethouders), het waterschap (het dagelijks bestuur), de provincie (gedeputeerde staten) en het Rijk (de minister(s)).

Verplichte programma’s

Met betrekking tot een aantal onderwerpen verplicht de Omgevingswet tot het vaststellen van een programma. Voor de gemeente gaat het om geluid, voor het waterschap geldt de verplichting een waterbeheerprogramma vast te stellen, voor de provincie gaat het om geluid, grondwater, overstromingsrisico’s, zwemwater en het Natura 2000-gebied. En voor het Rijk gaat het om geluid, stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen, mariene strategie en Natura 2000-gebieden.

Ook geldt er voor (o.a.) de gemeente een verplichting om een programma vast te stellen in het geval dat niet zal worden voldaan aan een omgevingswaarde. Dat programma moet gericht zijn op het (alsnog) voldoen aan die omgevingswaarde.

Besluit kwaliteit leefomgeving

In hoofdstuk 4 van het Besluit kwaliteit leefomgeving staan nadere bepalingen over de programma’s.

Programmatische aanpak

De volgende artikel(led)en geven een goed beeld van hetgeen de programmatische aanpak inhoudt:

Artikel 3.15, lid 2 van de Omgevingswet bepaalt:

“Bij omgevingsplan, omgevingsverordening of algemene maatregel van bestuur kunnen programma’s als bedoeld in artikel 3.16 worden aangewezen, die betrekking hebben op omgevingswaarden van gemeente, provincie of Rijk (…) of een andere doelstelling voor de fysieke leefomgeving (…).”

(Artikel 3.15 van de Omgevingswet wordt bij Invoeringswet Omgevingswet gewijzigd. Die wijziging is in dit verband niet zeer van belang.)

Artikel 3.16, lid 1 van de Omgevingswet bepaalt:

“In een programma wordt aangegeven welke ruimte er, gelet op de omgevingswaarde of de andere doelstelling, in een daarbij aangegeven gebied en periode beschikbaar is voor activiteiten.”

De programmatische aanpak is volgens de memorie van toelichting bij de Omgevingswet een ‘bijzonder programma’. Ze is ook onder de huidige wetgeving bekend (zie o.a. het Programma Aanpak Stikstof (‘PAS’), dat is vastgesteld met het oog op Natura 2000-gebieden, en het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (‘NSL’), dat betrekking heeft op de luchtkwaliteit in Nederland).

Doel van de programmatische aanpak

Toepassing van de programmatische aanpak geeft de overheid de mogelijkheid om beoordelingsregels voor vergunningen geheel of gedeeltelijk buiten toepassing te laten. De gedachte hierachter is dat de (milieu)belangen die normaliter door die beoordelingsregels worden behartigd, afdoende worden behartigd door de programmatische aanpak. Zo is bijvoorbeeld onder het NSL een algemene aanpak van de luchtkwaliteit ingevoerd. Met als resultaat dat bij concrete projecten kleine overschrijdingen van de luchtkwaliteitsnormen zijn toegestaan. Die overschrijdingen worden geacht onder het programma van het NSL te worden aangepakt (zij zijn daarin verdisconteerd).

Besluit kwaliteit leefomgeving

In het Besluit kwaliteit leefomgeving wordt geen programmatische aanpak ‘geactiveerd’. Wel is een afdeling (4.5) gereserveerd voor het nu al bestaande Programma Aanpak Stikstof (‘PAS’). Omdat echter is voorzien dat bij inwerkingtreding van de Omgevingswet voldaan zal zijn aan de luchtkwaliteitsnormen, is e.e.a. vooralsnog niet opgenomen in het besluit.


Ga naar:
vorige hoofdstuk
volgende hoofdstuk
inhoudsopgave