21. Omgevingswet – De omgevingsvergunning

De omgevingsvergunning

***

De omgevingsvergunning

De omgevingsvergunning is geregeld in hoofdstuk 5 van de Omgevingswet.

Verbodsbepaling, vergunningplicht

Artikel 5.1 van de Omgevingswet kent in leden 1 en 2 twee benaderingen:
– lid 1: activiteiten die vergunningplichtig zijn, tenzij ze zijn aangewezen in een amvb (‘vergunningplichtig, tenzij…’)
– lid 2: activiteiten die vergunningplichtig zijn, mits ze als zodanig zijn aangewezen in een amvb (‘vergunningplichtig, mits…’)

In de tekst van de Omgevingswet zoals deze in 2016 in het Staatsblad is gepubliceerd, vielen onder lid 1 o.a.:
– een bouwactiviteit
– een afwijkactiviteit (een activiteit die afwijkt van wat o.a. het omgevingsplan toestaat)

Op grond van de Invoeringswet Omgevingswet komen deze te vervallen. In plaats daarvan wordt het begrip ‘omgevingsplanactiviteit’ in lid 1 opgenomen. Dat begrip wordt in de eveneens te wijzigen bijlage bij de wet als volgt gedefinieerd: “activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en elke andere activiteit voor zover die in strijd is met het omgevingsplan”.

De bouwactiviteit werd aanvankelijk (in de tekst uit 2016) niet genoemd in lid 2. Op grond van de Invoeringswet Omgevingswet zal deze echter vanuit lid 1 worden overgeheveld naar lid 2.

Met betrekking tot bouwactiviteiten gaat dus gelden ‘vergunningplichtig, mits…’, in plaats van ‘vergunningplichtig, tenzij…’. Althans, als de Invoeringswet Omgevingswet in deze vorm in werking treedt.

Milieu

Onder lid 2 van artikel 5.2 van de Omgevingswet valt ook de ‘milieubelastende activiteit’. Daarvoor geldt dus ook de ‘vergunningplicht, mits…’.

Waterschapsverordening, omgevingsverordening

De artikelen 5.3 en 5.4 van de Omgevingswet bepalen dat het verboden is om zonder omgevingsvergunning een activiteit te verrichten wanneer dat in de waterschapsverordening respectievelijk omgevingsverordening is bepaald.

Amvb’s die vergunningplicht bepalen

De in artikel 5.1, leden 1 en 2 van de Omgevingswet bedoelde amvb’s zijn:
– het Besluit activiteiten leefomgeving (‘Bal’): in hoofdstuk 3 van het Bal worden de activiteiten aangewezen waarbij sprake is van een vergunningplicht,
– het Besluit bouwwerken leefomgeving (‘Bbl’): afdeling 2.3 is gereserveerd voor de aanwijzing van vergunningplichtige gevallen. Die aanwijzing zal gebeuren bij het Invoeringsbesluit.

Beoordelingsregels

Artikel 5.18, lid 1 van de Omgevingswet bepaalt:

“Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over het verlenen of weigeren van een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 5.1.”

Dit zijn de zogenaamde ‘beoordelingsregels’.

De bedoelde amvb is het Besluit kwaliteit leefomgeving. Hoofdstuk 8 van dit besluit bevat de beoordelingsregels voor de aanvraag om een omgevingsvergunning (bepaalde onderdelen daarvan, zoals die m.b.t. het bouwen, zijn gereserveerd).


Ga naar:
vorige hoofdstuk
volgende hoofdstuk
inhoudsopgave